Uitkomsten na open reconstructie van een geruptureerd aneurysma van de abdominale aorta in patiŽnten met aorto-iliacale anatomie geschikt of ongeschikt voor endovasculaire behandeling


Dr. S.C. Beek

Voorzitter(s): drs. J.M. Martens, interventieradioloog, Rijnstate ziekenhuis, Arnhem & Drs. R.C. van Nieuwenhuizen, vaatchirurg, St. Lukas/Andreas Ziekenhuis, Amsterdam

15:20 - 15:30u in Atrium zaal

Introductie

In patiŽnten met een geruptureerd aneurysma van de abdominale aorta (RAAA) wordt anatomische geschiktheid voor endovasculaire behandeling (EVAR) bepaald door de infrarenale hals en de iliacale vaten. ĎOngeschikte anatomieí bestaat uit een te korte, brede of geanguleerde infrarenale hals en/of te smalle, gecalcificeerde of tortueuze iliacale vaten. PatiŽnten met ongeschikte aorto-iliacale anatomie voor EVAR worden met open reconstructie (OR) behandeld. Om deze reden zou aorto-iliacale anatomie een belangrijke confounder kunnen zijn in vergelijkende studies tussen EVAR en OR. De hypothese van onze studie was dat onder RAAA patiŽnten met Ďongeschikteí aorto-iliacale anatomie de sterfte hoger zou zijn dan in patiŽnten met Ďgeschikteí anatomie.

Methode

Een observationele cohort studie in patiŽnten die met OR zijn behandeld voor een RAAA tussen 2004 en 2011 in tien ziekenhuizen van ťťn ambulance regio. Gedurende deze periode is in deze regio een vergelijkende prospectieve gerandomiseerde trial uitgevoerd tussen EVAR en OR. De helft van alle opeenvolgende patiŽnten met geschikte anatomie werd gerandomiseerd voor OR. Opeenvolgende RAAA patiŽnten met ongeschikte anatomie werden ook behandeld met OR. Hierdoor is een cohort ontstaan van open behandelde RAAA patiŽnten met geschikte of ongeschikte aorto-iliacale anatomie voor EVAR. Deze twee groepen hebben wij vergeleken in de huidige studie.

Het primaire eindpunt was overlijden tijdens de ziekenhuisopname of binnen 30 dagen na de operatie. Het type aorto-iliacale anatomie (geschikt of ongeschikt) werd prospectief bepaald door de behandelende vaatchirurg en interventieradioloog. Deze beslissing is genomen in de acute setting op basis van de handleiding voor de gebruikte aorto-uni-iliacale endoprothese. Een multivariabel logistisch regressie model is gebruikt om de invloed van aorto-iliacale anatomie op sterfte te bepalen na correctie voor leeftijd, geslacht, comorbiditeit, preoperatieve systolische bloeddruk en preoperatieve cardiopulmonale reanimatie. Daarnaast is de aorto-iliacale anatomie retrospectief gemeten en vergeleken tussen patiŽnten met geschikte en ongeschikte anatomie.

Resultaten

Van de 539 patiŽnten met een RAAA in de regio werden 394 behandeld met OR. In 80 patiŽnten was geen CT-angiografie gemaakt vanwege hemodynamische instabiliteit. Van de resterende 314 patiŽnten werden 35 niet geÔncludeerd vanwege onbekende geschiktheid (23) of gecompliceerde RAAA (9 na eerdere interventie en 3 met een aorto-enterale fistel). Van de 279 geÔncludeerde patiŽnten hadden 71 geschikte anatomie en 208 ongeschikte anatomie. Een suprarenale klem op de aorta was nodig in 27% van de patiŽnten met geschikte anatomie (19/69, 2 onbekend) en in 43% van de patiŽnten met ongeschikte anatomie (86/200, 8 onbekend) (P=0.02). De sterfte was 38% (95% betrouwbaarheidsinterval (BI) 28 - 50%) in patiŽnten met geschikte anatomie en 30% (BI 24 - 37%) in patiŽnten met ongeschikte anatomie (P=0.23). Na multivariabele correctie voor leeftijd, geslacht, comorbiditeit, preoperatieve systolische bloeddruk en preoperatieve cardiopulmonale reanimatie was het risico op overlijden niet hoger in patiŽnten met ongeschikte anatomie dan in patiŽnten met geschikte anatomie (gecorrigeerde odds ratio 0.744, BI 0.394 - 1.404).

In patiŽnten met geschikte anatomie was de mediane infrarenale hals 23 mm lang (inter-quartile range (IQR) 17 - 35 mm) en 25 mm breed (IQR 22 - 27 mm). De mediane breedte van de AIC was rechts 16 mm (IQR 12 - 18 mm) en links 14 mm (IQR 12 - 18 mm). In patiŽnten met ongeschikte anatomie was de mediane infrarenale hals 10 mm lang (IQR 5 - 17mm) en 25 mm breed (IQR 23 - 32). De mediane breedte van de arteria iliaca communis (AIC) was rechts 21 mm (IQR 15 - 31 mm) en links 18 mm (IQR 14 - 25 mm).

Conclusie

De sterfte na open reconstructie van een RAAA is vergelijkbaar onder patiŽnten met voor EVAR geschikte versus voor EVAR ongeschikte aorto-iliacale anatomie. Aorto-iliacale anatomie is daarom waarschijnlijk geen belangrijke confounder in vergelijkende studies tussen EVAR en OR.


Meer info